Als advocaat schaderecht of letschaderecht in Turnhout word je niet alleen vaak geraadpleegd in verband met letselschade naar aanleiding van een verkeersongeval of een misdrijf. Maar ook in verband met contractuele schade naar aanleiding van een geschil tussen handelaars of tussen een particulier en een handelaar.  

Zo werd ik geraadpleegd door een handelaar-eenmanszaak die een dakwerker heeft ingeschakeld om alle materialen te leveren voor het plaatsen van een dak, alsook om de nodige mankracht te leveren met het oog op de plaatsing van het dak.

Bij de beëindiging van de werken stelt mijn cliënt vast dat het dak allesbehalve volgens de regels van de kunst is gelegd en stelt mijn cliënt hiervoor de dakwerker in gebreke door een e-mail en een navolgend aangetekend schrijven.

De dakwerker werpt op dat het in dit dossier enkel zou gaan om een “koopovereenkomst” waarbij deze de materialen voor het plaatsen van dak heeft geleverd en er derhalve geen sprake is van een “aannemingsovereenkomst” op basis waarvan de dakwerker zou kunnen aangesproken worden als aannemer.

De dakwerker stelde dat het ter beschikking stellen van personeel “om een handje te helpen” niet maakt dat er sprake is van een aannemingsovereenkomst gezien  het hoofdbestanddeel van de overeenkomst erin bestond dat de nodige materialen voor de plaatsing van het dak werden geleverd.

Het geschil betrof derhalve een betwisting of er nu een aannemingsovereenkomst werd gesloten of een koopovereenkomst, waar mijn cliënt stelde dat de dakwerker een aannemingsovereenkomst heeft gesloten voor de plaatsing van een dak op zijn woning en hij schadevergoeding vraagt voor de gebreken in de uitvoering, terwijl de dakwerker stelde dat er slechts een overeenkomst werd gesloten voor de levering van materialen en voor de terbeschikkingstelling van personeel “om een handje te helpen”.

Zoals zeer vaak in schadedossiers zijn de feitelijke omstandigheden doorslaggevend. Zo ook in dit dossier.

Het dossier werd gedagvaard voor de Rechtbank van Koophandel en deze oordeelde dat mijn cliënt niet heeft aangetoond dat het de werknemers van de dakwerker zijn geweest die het dak geplaatst hebben en dat het dienvolgens de dakwerker is die de verantwoordelijkheid draagt voor de uitvoering van het werk volgens de regels van goed vakmanschap.

Gezien de Rechtbank van Koophandel de bal volledig mis sloeg tekende ik hoger beroep aan en het Hof van beroep te Antwerpen oordeelde in diens arrest van 17/12/2015 dat er in dit dossier sprake is van een “gemengde overeenkomst”, waarin zowel voorzien is in de levering van materiaal als in de huur van materiaal en van werk, waardoor de aannemer – dakwerker wel degelijk aansprakelijk kan gesteld worden voor de gebrekkige uitvoering van de werken. 

In dit dossier kon namelijk bewezen worden dat volgens de offerte niet enkel materialen voor het plaatsen van het dak werden geregeld, doch dat er eveneens een kraan werd verhuurd met een machinist, alsook dat de werknemers van de dakwerker – aannemer zouden werken aan een tarief in regio van € 40 per persoon. 

In dit dossier stelde het Hof terecht vast dat de werknemers van de dakwerker – aannemer voor in totaal 55,50 uren hebben gewerkt, alsook dat de machinist 17,45 uren heeft gepresteerd, hetgeen het Hof terecht doet besluiten dat het niet enkel gaat om een koopovereenkomst waarbij in aanvulling nog wat manuren werden gepresteerd doch dat er sprake is van hoofdzakelijk een aannemingsovereenkomst op basis waarvan de aannemer – dakwerker verantwoordelijk kan geacht worden voor de gebrekkige uitvoering van de aannemingsovereenkomst.

Het Hof oordeelde dan ook dat er een architect – deskundige diende aangesteld te worden om de gebreken te beoordelen en een gepaste schadevergoeding te begroten. 

Belangrijk om te onthouden voor u als particulier of als handelaar is dat u steeds aan de hand van zeer concrete stukken (werkbonnen, offertes, overeenkomsten) dient te bewijzen wat de inhoud van de overeenkomst tussen partijen is. 

Een dossier staat of valt met het al dan niet kunnen bijbrengen van dergelijke bewijzen. Diegene die een procedure start is ook degene die het bewijs moet leveren van zijn gelijk.