Advocaat vreemdelingenrecht

Niet alleen asielzoekers zoeken in de zoekmachines op advocaat vreemdelingenrechtAls gespecialiseer advocaat wordt je zeer vaak geconfronteerd met beslissingen van de ambtenaar van de burgerlijke stand waarin deze weigert om een huwelijk te voltrekken tussen een Belg, EU onderdaan of derdelander met een persoon die door omstandigheden in tussentijd zonder verblijfsvergunning in België verblijft….

Het Hof van Beroep te Antwerpen, 3e kamer heeft op 28/1/2015 een vermeldenswaardig arrest geveld in een van mijn dossiers waarin zeer duidelijk is uiteengezet welke criteria worden beoordeeld om te kunnen beslissen of er al dan niet sprake is van een voorgenomen schijnhuwelijk.

Het Hof citeert in de 1e plaats het toepasselijke wetsartikel, zijnde artikel 167 van het Burgerlijk Wetboek waarin te lezen valt dat de ambtenaar van de burgerlijke stand het huwelijk weigert te voltrekken wanneer blijkt dat niet is voldaan aan de hoedanigheden en voorwaarden vereist om een huwelijk te mogen aangaan, of indien hij van oordeel is dat de voltrekking in strijd is met de beginselen van de openbare orde.

De ambtenaar van de burgerlijke stand heeft derhalve van de wetgever een bijzondere taak opgedragen gekregen die onder de controle staat van de rechtbank. Aan de aanstaande echtgenoten, die een principieel recht op een huwelijk genieten ingevolge artikel 12 van het Europees verdrag van de rechten van de mens (EVRM) en artikel 23 van het Internationaal verdrag inzake burgerlijke en politieke rechten, kan geen negatieve bewijslast worden opgelegd aan de toekomstige echtgenoten; de bewijslast rust dan ook bij de ambtenaar van de burgerlijke stand.

Het Hof stelt dat, gezien de intentie van de huwelijkskandidaten nooit met absolute zekerheid te achterhalen valt, de ambtenaar van de burgerlijke stand bewijzen dient aan te brengen die een ondubbelzinnig en beslissend karakter hebben.

De rechter die moet oordelen over het beroep van de kandidaat-echtgenoten tegen de beslissing tot weigering van de huwelijksvoltrekking van de ambtenaar van de burgerlijke stand, heeft de mogelijkheid om zich volledig in de plaats van de ambtenaar van de burgerlijke stand te stellen.

Belangrijk om te vermelden is dat de rechter ook rekening moet en kan houden met de situatie zoals deze is op het ogenblik dat de zaak door hem wordt behandeld en dus ook met nieuwe elementen of gegevens die dateren van na de weigeringsbeslissing van de ambtenaar van de burgerlijke stand of die pas nadien bekend zijn geworden.

In dit dossier stelde het Hof vast dat de man en de vrouwen vlot met elkaar kunnen communiceren en dat de vrouw intussen de Nederlandse taal meer dan voldoende machtig is.

Bovendien stelde het Hof vast dat de verklaringen van de man en de vrouw nagenoeg volledig gelijklopend waren en dat zij beiden gedurende langere tijd een relatie hadden en sedert meer dan een jaar hebben samengewoond op hun huidig adres.

Ook oordeelde het Hof dat de bijgebrachte schriftelijke verklaringen bewijskrachtig waren.

Voor wat betreft de klassieke argumentatie van de ambtenaar van de burgerlijke stand stellende dat de aanstaande echtgenoten gebruik hebben gemaakt van de zogenaamde “België-route” stelde het Hof vast dat de echtgenoten duidelijk verklaarden dat zij het systeem hebben misbruikt “omdat ze elkaar graag zaken”.

 

Dit wijst volgens het Hof op een effectieve relatie tussen partijen en de intentie om een duurzame levensgemeenschap tot stand te brengen.

Ook nam het Hof mee in rekening dat partijen duidelijk voldoende binding hebben met België.

Ook oordeelde het Hof dat het onderzoek door de politie zeer summier was en geen duidelijk element aan het licht brengt dat wijst op een voorgenomen schijnhuwelijk.

Het gegeven dat de vrouw zich zou bevinden in een precaire verblijfstoestand, zijnde zonder wettige verblijfstitel in België (illegaal) en een verblijfsrecht het voordeel zou halen uit het huwelijk, mag ook niet doen beslissen dat er sprake is van een schijnhuwelijk.

Het nastreven van een verblijfvoordeel, een materieel voordeel of om het even welk huwelijksvoordeel, is immers opzichzelfstaande niet onrechtmatig en niet onverenigbaar met de werkelijke wil om te huwen voor zover de aanstaande echtgenoten naast het beogen van huwelijksvoordeel ook de bedoeling hebben om een duurzame levensgemeenschap tot stand te brengen.

Het Hof stelde tot slot dat er in dit dossier dan ook onvoldoende zekerheid, gewichtige en overeenstemmende vermoedens bestaan, die strekken tot het bewijs van het voorgenomen huwelijk een schijnhuwelijk is.

Ook een hernieuwd onderzoek van de stukken doet beslissen dat niet zonder redelijke twijfel kan worden aangenomen dat het voorgenomen huwelijk er kennelijk en uitsluitend opgericht zou zijn om aan een van de partijen een verblijfsrecht voordeel te verschaffen en geenszins om een duurzame levensgemeenschap te vormen.

Uit de lezing van dit arrest kunnen derhalve meerdere elementen/beoordeling van criteria worden afgeleid worden welke moeten doen besluiten tot het niet bestaan van een schijnhuwelijk.

Ik hoop dan ook dat u bij deze een leidraad hebt om tot een min of meer correcte beoordeling te kunnen komen van uw kansen op succes bij het instellen van een hoger beroep tegen een beslissing van de ambtenaar van de burgerlijke stand.

U kan dit arrest volledig lezen vinden in het Rechtskundig Weekblad 2015 – 16, nummer 6, pagina 230 en volgende.